De plannen voor de nieuwe Uitkijktoren worden steeds concreter. Vanaf 2016 worden er regelmatig acties gehouden om (financiële) steun voor de plannen te werven. Eind 2018 hopen we met de bouw van de toren te kunnen beginnen. Hier leest u meer over de uitkijktoren en de stand van zaken van onze plannen.

 

Derde Toren

De nieuwe uitkijktoren wordt de derde toren op de Trapjesberg. In de jaren 50 werd de eerste uitkijktoren gebouwd door de Scoutinggroep uit Eerbeek. Deze toren was 5 meter hoog. (zie ook  het stukje dat Martien Kobussen hierover heeft geschreven.)

De tweede toren, 14 meter hoog, werd eind jaren zestig door de gemeentelijke bosarbeiders gebouwd. Deze toren werd in de jaren 90 afgebroken. Over de bouw van deze toren hebben we nog niet veel informatie gevonden. Wel weten we dat de vaders van de huidige bestuursleden Harry Modderkolk en Teun Berends hebben meegewerkt aan de bouw van deze toren. De toren werd door de bosarbeiders in opdracht van de gemeente gebouwd en was ongeveer 14 meter hoog.

De cirkel is nu weer rond: de derde toren wordt ook op particulier initiatief met vrijwilligers gebouwd. Deze toren wordt 21 meter hoog.

3Torens

De nieuwe toren komt op dezelfde plaats als de oude torens, op de Trapjesberg naast de schaapsweide in de Loenermark.

Waarom weer een nieuwe toren?

Eigenlijk heel simpel: de uitkijktoren hoort bij het bos en bij de trapjesberg. 20 jaar na de sloop van de laatste toren wordt nog vaak gevraagd: waar is de uitkijktoren gebleven? Ik weet nog dat……” Velen hebben goede herinneringen aan de toren, het klimmen naar boven en het prachtige uitzicht dat daar op je wachtte. Apeldoorn, Deventer en op goede dagen beweerde men zelfs dat je Zwolle kon zien.

Waarom nog hoger?

Wij gaan er van uit, dat je op 21 meter hoogte de dichtbijzijnde heidevelden ook kunt zien liggen. De verre uitzichten veranderen niet veel, of je nu op 14 of 21 meter hoogte staat. Maar we denken dat hoe hoger je staat, hoe meer je ook van bijvoorbeeld Keizand kan zien en hopelijk ook van de hei Bij Van Ark.

Wat is de stand van zaken?

In de afgelopen tijd heeft het bestuur van de stichting gewerkt aan het zeker stellen van de steun van de gemeente en het Geldersch Landschap. Beide partijen hebben hun medewerking toegezegd en steunen de plannen, zowel met raad en daad als met het leveren van gratis goederen en diensten.

Volgens voorzitter G. van de Sprenge, is nu de tijd gekomen om met het bijna definitieve plan in de hand, de financiën rond te krijgen. “We hebben er alle vertrouwen in dat we het geld bij elkaar krijgen en eind 2017 kunnen starten met de bouw.”

Van de Sprenge: “Nu is het tijd dat we de steun van de dorp en de bezoekers van het bos krijgen. We organiseren een grote inzamelingsactie en in de zomer proberen we met de verkoop van koffie en thee in het bos bij de schaapskooi wat opbrengsten te generen.”

Volgende stappen?TorenGeld

Een volgende stap is het benaderen van landelijke subsidieverstrekkers. De totale kosten van de uitkijktoren zijn ongeveer € 160.000.De eerste € 50.000 is al toegezegd. Ongeveer € 55.000 moet door de landelijke subsidieverstrekkers worden opgebracht en € 55.000 door de (sponsor) acties 2016 en 2017.

 

 

De eerste uitkijktoren: ook een particulier initatief!

In de zomer van 1958 werd  de allereerste toren werd op de Trapjesberg gebouwd. Deze toren was maar liefst 5 meter hoog.  De heer D. Bouman, directeur van de dienst Landelijke eigendommen nam namens de gemeente Apeldoorn de toren  in gebruik.

De toren werd gebouwd door de padvindersgroep, de Prof. Max Weber voortrekkersstam uit Eerbeek, de huidige Scouting dus! De “ploegleider” de heer O. Dusseljee vertelde wat voor een plezier ze gehad hebben met het bouwen van deze toren. Na vijf weken hard werken in hun vrije tijd was de toren klaar op een hoogte van 89 meter boven N.A.P.

Destijds wilde de ploegleider de naam “Hilltop” aan de uitkijktoren verbinden.maar die naam is niet blijven hangen. Hij vertelde dat hij om twee redenen zeer verheugd was. In de eerste plaats omdat de toren een goed voorbeeld was van zelfwerkzaamheid, en in de tweede plaats omdat de toren van belang was voor iedereen. Hij voegde toe dat de gemeente geen kans had gezien om voor dit soort werkzaamheden geld beschikbaar te stellen, en dus was een particulier initiatief zeer welkom.

De directeur van de dienst Landelijke eigendommen was zeer verheugd: “ U heeft de gemeenschap een grote dienst bewezen en de taak van de Gemeentelijke overheid aanmerkelijk verlicht”.

De heer J.D. Rozenboom, technisch ambtenaar van de dienst landelijke eigendommen toastte op de toren en de padvinders maar ook op de gezondheid van T. Berends, eerste arbeider, die vele vrije uren had opgeofferd om bij de bouw van de toren aanwezig te kunnen zijn. De padvinders hadden aan hem een waardevol adviseur gehad!

(Met dank aan het geschreven stukje van Martien Kobussen over dit onderwerp)